Wie kiest de gemeenteraad?
Bij de Kamerverkiezing van oktober 2025 stemde 79% van de kiesgerechtigden, bij de raadsverkiezing vijf maanden later 54%. Wie haakte af, waar ging de rest heen, en maakt dat uit voor de raad?
1. Wie haakt af bij de raadsverkiezing
De daling in opkomst is niet gelijk verdeeld. Van de PVV-kiezers bleef 57% thuis, van de JA21-kiezers 41% en van de FvD-kiezers 35%. Bij VVD en D66 was dat ongeveer een vijfde (21% en 19%). Kiezers van GL-PvdA en CDA stemden bijna allemaal opnieuw.
Deel van de Kamerkiezers per partij dat in maart niet stemde
2. Een lokale PVV-lijst haalt de meeste stemmen bij lokale partijen
In 40 gemeenten deed de PVV mee aan de raadsverkiezing. Daar stemde 15% van de PVV-kiezers opnieuw PVV. Vergeleken met gemeenten zonder PVV-lijst stemden er 7 procentpunt minder op een lokale partij (28% tegen 35%) en bleven er 5 punt minder thuis (53% tegen 58%). Een lokale PVV-lijst trekt dus vooral kiezers die anders lokaal hadden gestemd, en daarnaast een deel van de thuisblijvers.
Wat PVV-kiezers van 2025 deden bij de raadsverkiezing
3. Lokale partijen vangen van alles op
Lokale partijen zijn geen verzamelplaats voor één soort kiezer. Ruim een vijfde van hun stemmen komt van PVV-kiezers, de rest verdeeld over VVD, D66, CDA, JA21 en kleinere partijen. Wie in 2025 thuisbleef, stemde in 2026 bijna nooit lokaal.
Herkomst van alle stemmen op lokale partijen
4. De raad zonder de PVV-kiezer
De gemeenteraad wordt gekozen door een ander electoraat dan de Kamer. Onder de Kamerkiezers was 17% PVV-stemmer, onder de raadskiezers nog maar 10%. Kiezers van GL-PvdA, D66 en CDA zijn bij de raad juist sterker vertegenwoordigd dan bij de Kamer.
Aandeel per Kamerpartij: onder Kamerkiezers en onder raadskiezers
Wat als iedereen weer had gestemd?
Stel dat iedereen die in oktober voor de Kamer stemde, in maart ook voor de raad had gestemd, met dezelfde voorkeuren als de kiezers van hun partij die wél stemden. Lokale partijen hadden er 2,5 procentpunt bij gekregen, GL-PvdA en CDA hadden 2,3 en 1,7 punt ingeleverd. Op gemeenteniveau kan dat zetels schelen.
Verschil in stemaandeel bij volledige opkomst, landelijk
Gemeenten waar de raad het meest zou veranderen
| Gemeente | Verschoven zetels | Werkelijk → bij volledige opkomst |
|---|---|---|
| Delft | 6 | ▼ Lokale partijen 12 → 11▼ GL-PvdA 8 → 6▼ D66 7 → 5▼ CDA 2 → 1▲ PVV 1 → 2▲ FvD 1 → 2▲ Andere partijen 5 → 9 |
| Rotterdam | 5 | ▲ Lokale partijen 11 → 12▼ GL-PvdA 10 → 7▼ D66 5 → 4▲ VVD 4 → 5▼ CDA 2 → 1▲ FvD 2 → 3▲ Andere partijen 11 → 13 |
| Nissewaard | 5 | ▼ Lokale partijen 21 → 18▼ GL-PvdA 4 → 3▲ VVD 2 → 3▼ CDA 2 → 1▲ FvD 3 → 4▲ Andere partijen 2 → 5 |
| Utrecht | 5 | ▲ Lokale partijen 6 → 7▼ GL-PvdA 12 → 10▼ D66 8 → 7▼ VVD 5 → 4▼ CDA 3 → 2▲ PVV 0 → 1▲ Andere partijen 9 → 12 |
| Súdwest-Fryslân | 5 | ▲ Lokale partijen 3 → 4▼ GL-PvdA 6 → 5▲ VVD 3 → 4▼ CDA 8 → 6▲ PVV 2 → 5▼ Andere partijen 9 → 7 |
| Maassluis | 4 | ▼ Lokale partijen 11 → 10▼ GL-PvdA 4 → 3▼ D66 2 → 1▼ CDA 4 → 3▲ Andere partijen 1 → 5 |
| Voorne aan Zee | 4 | ▲ Lokale partijen 13 → 14▼ D66 2 → 1▼ VVD 6 → 4▼ CDA 3 → 2▲ FvD 4 → 5▲ Andere partijen 4 → 6 |
| Amsterdam | 4 | ▼ GL-PvdA 14 → 12▼ D66 7 → 6▼ CDA 2 → 1▲ JA21 2 → 3▲ Andere partijen 12 → 15 |
5. Regionale verschillen
Hoeveel PVV-kiezers lokaal stemden, verschilt sterk per gemeente. Waar lokale partijen groot zijn, stemmen ook meer PVV-kiezers lokaal (correlatie 0,37). Per provincie loopt het uiteen van 46% in Zuid-Holland en 40% in Utrecht tot 21% in Drenthe en 18% in Flevoland.
Per gemeente: PVV-kiezers die lokaal stemden
Sterke lokale partijen trekken meer PVV-kiezers
Per provincie
| Provincie | Opkomst Kamer | Opkomst raad | Daling | Lokale partijen | PVV-kiezers thuis | PVV-kiezers lokaal | Gemeenten berekend |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Noord-Brabant | 79% | 51% | 28 pp | 41% | 61% 55–65 | 28% 24–33 | 56/56 |
| Flevoland | 73% | 46% | 27 pp | 25% | 62% 50–80 | 18% 2–29 | 6/6 |
| Limburg | 75% | 50% | 25 pp | 50% | 56% 49–63 | 37% 30–44 | 30/31 |
| Noord-Holland | 77% | 52% | 25 pp | 26% | 45% 39–51 | 39% 34–44 | 42/42 |
| Drenthe | 82% | 57% | 25 pp | 38% | 67% 60–74 | 21% 16–27 | 12/12 |
| Fryslân | 81% | 56% | 25 pp | 24% | 71% 64–77 | 22% 17–27 | 14/18 |
| Groningen | 79% | 54% | 25 pp | 28% | 66% 59–72 | 23% 18–29 | 10/10 |
| Zuid-Holland | 75% | 51% | 24 pp | 35% | 44% 40–48 | 46% 42–50 | 49/50 |
| Overijssel | 82% | 58% | 24 pp | 33% | 62% 56–67 | 28% 22–33 | 25/25 |
| Zeeland | 80% | 56% | 23 pp | 28% | 60% 48–71 | 28% 18–39 | 13/13 |
| Gelderland | 82% | 59% | 23 pp | 34% | 68% 63–73 | 27% 23–32 | 50/51 |
| Utrecht | 83% | 61% | 21 pp | 28% | 54% 47–62 | 40% 33–47 | 25/26 |
PVV-kiezers het vaakst lokaal
| 's-Gravenhage | 75% 68–82 |
| Haarlem | 42% 30–52 |
| Enschede | 40% 31–49 |
| Tilburg | 35% 24–46 |
| Rotterdam | 35% 31–39 |
| Kampen | 34% 23–46 |
PVV-kiezers het minst lokaal
| Zaltbommel | 4% 1–13 |
| 's-Hertogenbosch | 5% 1–13 |
| Hoogeveen | 5% 1–12 |
| Meppel | 5% 0–17 |
| Groningen | 5% 1–11 |
| Brummen | 6% 2–15 |
Grootste daling in opkomst
| Reusel-De Mierden | 83% → 50% |
| Waalwijk | 77% → 45% |
| Dongen | 79% → 47% |
| Geldrop-Mierlo | 81% → 49% |
| Gemert-Bakel | 81% → 50% |
| Coevorden | 83% → 51% |
Schattingen per gemeente zijn veel onzekerder dan het landelijke beeld; let op de intervallen. Gemeenten met heel brede intervallen of uitkomsten tegen 0% of 100% staan niet in deze lijstjes.
6. Buurten: opleiding voor de partijkeuze, herkomst voor de opkomst
Binnen dezelfde gemeente stemmen buurten met meer hoogopgeleiden minder lokaal. Herkomst maakt voor de partijkeuze landelijk weinig uit, maar wel voor de opkomst: in buurten met meer inwoners van buiten Europa haakten bij de raadsverkiezing meer mensen af.
Alle cijfers zijn schattingen op basis van uitslagen per stembureau (Kiesraad) en buurtcijfers (CBS). Hoe ze tot stand komen staat op Methode.